Niet alleen China, maar ook Brazilië, India en Rusland zijn druk bezig hun politieke en economische invloed in de Derde Wereld uit te breiden. Ze grijpen hun kans nu het Westen even de handen vol heeft aan de eigen sores.
China gaf in februari 2010 nog een lening van bijna 200 miljoen euro aan Sri Lanka voor de aanleg van een nieuwe luchthaven. Tegelijk kreeg het land bijna 50 miljoen van India voor haar spoorwegnet. China is momenteel de grootste gelddonor voor Cambodja en Sri Lanka. Het heeft een schier eindeloze lijst opgebouwd van beloften aan vooral Afrikaanse landen. Zo verstrekte het land eind vorig jaar nog zeven miljard euro aan goedkope leningen.
De Britse denktank ODI signaleert dat deze trend nu voor het eerst werkelijk een rol spelen in de welvaartsgroei. De veelgenoemde 'zuid-zuidhulp' krijgt volgens ODI nu eindelijk de wind in de zeilen. Exacte bedragen zijn volgens ODI moeilijk te geven, afhankelijk van wat je allemaal wilt meetellen: hulpgelden, directe investeringen, goedkope leningen, schuldkwijtschelding, de gratis aanleg van wegen, ziekenhuizen en scholen, enzovoorts.
En ook voor acute geldnood wenden de armste landen zich nu steeds vaker tot China, India en Brazilië. Zo loste Soedan haar aflossing van een schuld van ruim 15 miljard euro op met financiële hulp van China, India en de Golfstaten. Brazilië stak sinds 2003 minstens 7 miljard euro in Afrika, en Tanzania kreeg steun van India bij een afbetaling. Opvallend is dat Rusland, Brazilië en China vooral investeren in Afrika, terwijl India vooral geld uitleent.
Bron:
Overseas Development Institute (ODI).