De hamburgerindex meet de koopkracht van de eigen munt bij de aanschaf van een Big Mac vergelijkt wat je met dat geld in andere landen zou kunnen kopen. Ervan uitgaande dat de hamburger qua koopkracht overal ongeveer even duur kan zijn, komen de rekenaars tot de conclusie dat je met die hoeveelheid geld in sommige landen naar verhouding veel meer kunt aanschaffen dan in andere. De rekenaars komen tot de conclusie dat de Chinese munt eigenlijk veel te laag is gewaardeerd. De Yuan is zelfs bijna de helft te goedkoop, vergeleken met de dollar. Geen wonder dat Chinese spullen relatief spotgoedkoop zijn voor Amerikanen. Maar de Chinezen kunnen relatief weinig aanschaffen uit het buitenland. Ook andere Aziatische landen hebben er een handje van hun munt kunstmatig goedkoop te houden, zodat ze gemakkelijker kunnen exporteren. In de top staan verder Maleisië (2), Thailand (3), Indonesië (4) en Taiwan (5). De hele lijst is terug te vinden op de website van The Economist, via de link boven.